Zo voor het weekend wat geschiedenis leesvoer.

Van oorlogsgif naar chemotherapie

Soms stel ik mezelf vragen waar ik vervolgens natuurlijk ook het antwoord op wil weten. Zo slik ik mijn chemotherapie en dacht ik ineens: Wie heeft dit eigenlijk ooit bedacht? Want er moet toch ergens in de geschiedenis iemand zijn geweest die dacht: We gaan iemand die kanker heeft een giftige stof geven en kijken wat er gebeurt. Nou… het verhaal blijkt nog vreemder te zijn dan ik dacht.

Het begon met mosterdgas

Mosterdgas kennen we vooral als een verschrikkelijk chemisch wapen uit de oorlog. Ondanks de naam heeft het trouwens niets met het potje mosterd naast je kroket te maken. Het spul kon ernstige brandwonden, blaren, oogletsel en schade aan de longen veroorzaken. Maar artsen ontdekten nog iets anders. Bij mensen die eraan waren blootgesteld, bleek het aantal witte bloedcellen sterk te kunnen dalen. En daar werd het interessant. Witte bloedcellen worden voortdurend opnieuw aangemaakt. De voorlopercellen ervan delen zich snel. Onderzoekers begonnen zich daarom af te vragen wat zo'n stof zou doen met andere cellen die zich heel snel vermenigvuldigen. Zoals kankercellen.

Van oorlogswapen naar medicijn

In de jaren veertig gingen Amerikaanse onderzoekers experimenteren met stikstofmosterd, een chemisch familielid van mosterdgas. Een patiënt met vergevorderde lymfeklierkanker kreeg zo'n stof toegediend. En er gebeurde iets wat in die tijd bijna onvoorstelbaar moet zijn geweest: de tumoren werden kleiner. Het effect was helaas tijdelijk. De kanker kwam terug. Maar er was wel iets ongelooflijk belangrijks bewezen. Kanker kon reageren op medicijnen. Dat was het begin van een compleet nieuwe manier om kanker te behandelen: chemotherapie.

En nu zit ik hier

Ruim tachtig jaar later zit ik zelf met chemotherapie in mijn lijf. Gelukkig is de behandeling sinds die eerste experimenten enorm veranderd. Chemotherapie is ook niet één bepaald medicijn. Er bestaan allerlei soorten, die op verschillende manieren proberen kankercellen te beschadigen of te verhinderen dat ze zich verder vermenigvuldigen. Maar ik vind het een bizarre gedachte. Dat een deel van de geschiedenis van de chemotherapie terugvoert naar iets wat oorspronkelijk helemaal niet bedoeld was om mensen beter te maken. Integendeel. Een oorlogswapen leidde tot een ontdekking die uiteindelijk miljoenen mensen met kanker een behandeling zou geven. En ik ben nu één van die mensen. Dus de volgende keer dat ik mijn chemopil pak, kijk ik er misschien toch even anders naar. Niet dat ik ineens denk: “Jippie, chemo!” Laten we vooral niet overdrijven. Maar achter dat kleine pilletje zit wel een geschiedenis van meer dan tachtig jaar onderzoek, mislukkingen, ontdekkingen en mensen die steeds opnieuw dezelfde vraag stelden: Kunnen we kanker slimmer te lijf gaan? En die zoektocht gaat gelukkig nog iedere dag door.

Bizar eigenlijk, als je dit leest. Een oorlogswapen dat ooit bedoeld was om zoveel mogelijk levens te verwoesten, stond uiteindelijk aan de basis van een behandeling die juist zoveel mogelijk levens probeert te redden. De wrangheid daarvan vind ik bijna niet te bevatten. Maar laten we er ook geen wondermiddel van maken. Want dat is chemotherapie niet. Chemo doet wat chemo doet. Het maakt geen onderscheid tussen een goede dag en een slechte dag, tussen plannen die je nog hebt en dingen die je nog zo graag wilt doen. Het valt snel delende cellen aan en daarbij kunnen ook gezonde cellen geraakt worden. Bij de één werkt het geweldig, bij de ander minder en soms helemaal niet. En ondertussen moet je lichaam ermee zien om te gaan. Het is eigenlijk een vreemde strijd: je krijgt iets toegediend waarvan je weet dat het je behoorlijk ziek kan maken, in de hoop dat het de kanker nog harder raakt. Je neemt het gif niet omdat je ziek wilt worden. Je neemt het omdat je wilt blijven leven.

 

 

 

Vrijdag kreeg ik mijn laatste bestraling en nam ik mijn laatste chemotherapie. Zes weken lang stond mijn leven in het teken van bestralen, chemopillen, medicijnen, afspraken en bijwerkingen. En dan ineens is het klaar.

Tenminste… zo voelt het op de kalender.

Want mijn lichaam heeft die memo blijkbaar nog niet gekregen.

Wat gebeurt er nu eigenlijk in mijn lijf?

De bestraling stopt op het moment dat het apparaat uitgaat, maar het effect ervan niet. De straling heeft schade veroorzaakt in het DNA van de tumorcellen. Die beschadigde cellen verdwijnen niet allemaal onmiddellijk. In de dagen en weken daarna kunnen ze stoppen met delen of afsterven.

Maar bestraling raakt ook gezond weefsel in het bestraalde gebied. Dat gezonde weefsel moet herstellen. Mijn lichaam is dus eigenlijk bezig met twee dingen tegelijk: opruimen én repareren.

Met de chemotherapie is het ongeveer hetzelfde verhaal. Ik slik de pillen niet meer, maar mijn lichaam moet de medicijnen en hun afbraakproducten nog verwerken. Lever en nieren spelen daarbij een belangrijke rol. Ook moeten gezonde cellen die door de behandeling zijn geraakt zich weer herstellen en vernieuwen.

Dus nu voel ik me iedere dag beter?

Was het maar zo simpel.

Bijwerkingen kunnen na de laatste behandeling nog een tijdje doorgaan en soms zelfs eerst wat erger worden. Dat komt doordat het effect van weken behandelen zich heeft opgestapeld. Mijn lichaam zegt dus niet op vrijdagmiddag: “Zo mensen, chemo klaar, bestraling klaar, maandag zijn we weer de oude.”

Vermoeidheid kan bijvoorbeeld nog behoorlijk aanwezig zijn. Mijn hoofd en lichaam hebben wekenlang een enorme belasting gehad. Ook klachten zoals minder eetlust, misselijkheid, een veranderd gevoel in mijn hoofd, haaruitval en huidreacties kunnen niet onmiddellijk verdwijnen.

En mijn bloed heeft tijd nodig om zich te herstellen. Chemotherapie kan tijdelijk invloed hebben op de aanmaak van bloedcellen in het beenmerg. Daarom kunnen artsen ook na het stoppen nog bloedwaarden controleren.

En mijn hersenen?

Bij bestraling van de hersenen speelt nog iets anders. Het behandelde gebied kan geïrriteerd en gezwollen zijn. Daardoor kunnen klachten tijdelijk blijven bestaan of wisselen. Dat betekent dus niet automatisch dat de behandeling niet heeft gewerkt. Mijn hersenen hebben simpelweg tijd nodig om te reageren op alles wat daar de afgelopen weken is gebeurd.

En ondertussen is daar natuurlijk ook Sjakie nog. Die heeft helaas niet vrijdag netjes zijn koffertje gepakt omdat mijn bestralingsschema afgelopen was.

Eigenlijk begint nu een nieuwe fase

Zes weken lang was het doel duidelijk: chemopil slikken, bestraling krijgen en weer naar huis. Dag na dag.

Nu begint het wachten en herstellen.

Mijn lichaam moet verwerken wat het heeft meegemaakt. Beschadigde gezonde cellen moeten herstellen. Afvalstoffen moeten worden afgevoerd. Mijn bloedwaarden moeten weer opkrabbelen. Mijn hersenen moeten tot rust komen. En de behandeling moet ondertussen haar werk tegen de tumor doen.

Hoe snel dat allemaal gaat, verschilt van persoon tot persoon. Het is dus niet zo dat ik na één week kan zeggen: klaar, alles is uit mijn lijf.

Misschien is dit wel de beste manier om het uit te leggen:

Vrijdag stopte mijn behandeling.
Maar vrijdag begon mijn herstel.

En mijn lijf bepaalt voorlopig zelf het tempo.