Waarom de boerderij

Als je mijn levensverhaal leest, kom je vanzelf bij de boerderij terecht. Daar is eigenlijk geen ontkomen aan.

Want de boerderij was voor mij nooit zomaar mijn werk.

Ik kwam er terecht in een periode waarin mijn leven er heel anders uitzag. Ik had een flinke burn-out achter de rug en was bezig mezelf weer bij elkaar te rapen. Ik moest opnieuw ontdekken wat ik kon, wat ik wilde en misschien vooral: wie ik eigenlijk was geworden.

En toen kwamen er twee ezels op mijn pad.

Het klinkt bijna te simpel als je het zo opschrijft. Alsof iemand ergens heeft bedacht: zet Tonny maar bij twee ezels, dan komt het wel goed.

Maar ergens is dat precies wat er gebeurde.

Ik begon als vrijwilliger voor een paar uur per week. Zonder groot plan, zonder het idee dat ik daar mijn toekomst aan het opbouwen was. Ik moest gewoon weer ergens beginnen.

Die boerderij werd mijn begin.

Daar kreeg ik mijn vertrouwen terug. Daar ontdekte ik dat ik nog steeds iets te bieden had. Ik kreeg verantwoordelijkheid, leerde nieuwe dingen en vond langzaam mijn plek weer tussen andere mensen. Niet alleen als moeder, of als iemand die een moeilijke periode achter de rug had, maar gewoon als Tonny.

En ergens onderweg werd die plek een deel van mij.

Mijn zoon werd ouder, er kwamen kleinkinderen, thuis veranderde het leven en ook ik veranderde. Op de boerderij gingen de seizoenen ondertussen gewoon door. Dieren werden geboren, dieren werden oud en soms moesten we afscheid nemen. Mensen kwamen binnen en verdwenen weer. Vrijwilligers, stagiaires en collega's liepen een tijdje met me mee. Sommigen vergat je bijna en anderen bleven voor altijd een stukje van je leven.

En ik bleef.

Bijna 25 jaar.

Dat vind ik nu, terugkijkend, eigenlijk best bijzonder. Ik kwam er ooit terecht omdat ik opnieuw mijn weg moest vinden. Uiteindelijk werd het juist de plek waar ik jarenlang precies wist waar ik hoorde.

Misschien maakt dat dit hoofdstuk ook anders dan de andere hoofdstukken van mijn levensverhaal.

Ik ga jullie natuurlijk vertellen over de dieren, over Ricky, over geboortes en afscheid, over collega's, gekke gebeurtenissen, veranderingen en waarschijnlijk over een heleboel dingen waarvan ik nu alweer denk: o ja, dát was er ook nog.

Maar eigenlijk gaat dit hoofdstuk over veel meer dan een kinderboerderij.

Het gaat over een groot stuk van mijn leven.

Over vallen en weer opstaan. Over ergens opnieuw beginnen en niet kunnen weten waar dat begin je uiteindelijk brengt. Over mensen en dieren die op je pad komen. Over lachen, huilen, leren, zorgen en loslaten.

En vooral over een plek waar ik ooit kwam om weer mee te doen aan de maatschappij…

maar waar ik uiteindelijk een stukje van mezelf terugvond.

Dus ja, de boerderij verdient een eigen hoofdstuk.

Eigenlijk verdient ze er wel tien.