13 juni 1963 Hoera, het heeft geen piemel! 😂

13 juni 1963.

Voor de meeste mensen waarschijnlijk gewoon een doodnormale dag. Maar niet voor mijn vader en moeder. Bij hen stond er namelijk weer een bevalling op het programma. En na drie jongens was natuurlijk de grote vraag: wat zou de ooievaar deze keer afleveren?

Eigenlijk waren het vier jongens geweest. Voor mijn broers en mij had mijn moeder al een zoontje gekregen dat helaas dood geboren werd. Een verdriet dat bij het verhaal van ons gezin hoort en dat ik daarom ook niet zomaar voorbij wil laten gaan. ❤️. Maar nu was er opnieuw een kindje onderweg.

Of mijn ouders al wisten wat het zou worden? Geen idee. Maar hé… we praten over 1963. Geen genderreveal met roze rookbommen, geen taart met een gekleurde binnenkant en volgens mij ook niet standaard van tevoren even kijken wat er tussen de beentjes hing. En als het verhaal over mijn vader klopt, wist hij het zéker niet.

Want volgens de overlevering stond hij samen met de gynaecoloog zo ongeveer als eerste te kijken naar wat mijn moeder daar met veel moeite op de wereld aan het persen was. En toen kwam ik. Na al die jongens. Een meisje.

Ik zie het tafereel niet voor me omdat ik het me herinner — ik had op dat moment tenslotte andere dingen aan mijn hoofd — maar ik heb het verhaal vaak genoeg gehoord om zijn stem er inmiddels zelf bij te kunnen bedenken.

 

Mijn vader keek. Nog een keer goed waarschijnlijk. En toen moet het ongeveer door het hele ziekenhuis hebben geklonken:     “HET IS EEN MEISJE!!!!!!!!”.Ja pa..........Dat was ik. ❤️Toos was gearriveerd.

Een naam die op dat moment gewoon bij mij hoorde en waarvan niemand kon vermoeden dat ik hem later achter me zou laten. Maar dát verhaal komt nog. Voorlopig houden we het bij Toos. Al beloof ik je één ding…ze blijft niet lang. 😉

 

Nu kan ik natuurlijk heel uitgebreid gaan vertellen over mijn eerste levensjaren.

Over hoeveel poepluiers ik waarschijnlijk heb volgescheten, hoeveel melk ik weer net zo hard heb uitgespuugd en hoeveel ooms en tantes ik vermoedelijk ondergekotst heb. Vast allemaal heel bijzonder. Voor mijn vader en moeder dan. 😂 Voor jullie als lezers waarschijnlijk iets minder.

En aangezien ik ook niet van plan ben om hier een levensverhaal van 863 pagina's van te maken, slaan we het gedeelte “Toos ontdekt haar tenen” en “Toos poept voor het eerst op het potje” gewoon lekker over. We gaan naar het echte werk. Naar de dingen die ik me wél herinner.  De mooie dingen.  De minder mooie dingen.
De momenten waarop ik achteraf denk: **hoe de heb ik dát nou weer voor elkaar gekregen. **Kortom: genoeg geluld over mijn luiers. We gaan beginnen.

We reizen door naar 1976.        Het meisje op de fiets.

Ik ken dit meisje maar al te goed. Logisch, zou je zeggen, want ze lijkt verdacht veel op mij. Het meisje op de fiets ben ik. Maar deze foto is voor mij veel meer dan zomaar een oude schoolfoto. Het meisje op die fiets is bepalend geweest voor heel veel dingen die ik later in mijn leven zou meemaken. Al wist zij dat toen natuurlijk nog niet.

Het meisje op de fiets was op dat moment in haar leven doodongelukkig. En laten we er vooral niet omheen draaien: zoals je kunt zien behoort ze niet bepaald tot de categorie sprietjes. En alsof dat op de foto nog niet duidelijk genoeg te zien was, zit ze daar ook nog eens met een zak snoep in haar handen. Lekker dan. En deze foto's werden destijds ook nog door school gemaakt. Bedankt hè. Precies het goede moment uitgekozen. 😂

Maar wat je op die foto niet ziet, is veel belangrijker. Je ziet niet hoe alleen dat meisje zich voelde. Het meisje op de fiets had eigenlijk geen vrienden. Misschien één of twee meisjes die af en toe iets tegen haar zeiden, maar echte vriendinnen? Nee. Want meisjes die te dik zijn, mogen kennelijk niet gelukkig zijn. Die moet je pesten. Net zolang totdat je ziet dat ze huilt.

En als dat gelukt is, ga je naar huis, slaap je een nachtje en probeer je het de volgende dag gewoon opnieuw. En de dag daarna. En daarna weer. Totdat zo'n meisje op een gegeven moment niet alleen hoort wat anderen over haar zeggen… maar het zelf ook gaat geloven. Dat ze te dik is. Dat ze lelijk is. Dat ze er niet bij hoort. Dat ze anders is. Dat ze blijkbaar minder waard is dan de rest.

En misschien is dát wel het gemeenste wat pesten met een kind kan doen. Want de pesters gaan uiteindelijk verder met hun leven. Maar het kind dat gepest werd, neemt hun woorden soms nog jarenlang met zich mee. Het meisje op de fiets wist toen nog niet dat die woorden en die onzekerheid later invloed zouden hebben op de keuzes die ze zou maken. Op wat ze van anderen zou accepteren. Op hoeveel ze zichzelf waard vond. Ze wist nog niet dat ze daar jaren later soms nog steeds tegen zou moeten vechten. Maar dat meisje op de fiets wist vooral nog niet wie ze uiteindelijk zou worden. Dat weet ik inmiddels wel. En geloof me… we zijn nog lang niet klaar met haar verhaal. ❤️

In die tijd waren er geen praatgroepen. Je werd als kind ook niet bij iedere scheet die dwars zat naar een psycholoog, therapeut of weet ik veel wie gestuurd.
Nee.
Je moest het zelf maar uitzoeken.
Hoe je omging met verdriet, eenzaamheid, onzekerheid of het gevoel dat je nergens bij hoorde? Geen idee. Daar kreeg je geen gebruiksaanwijzing voor. Je moest maar zien hoe je ermee omging.
Gelukkig is daar tegenwoordig heel veel in veranderd. Kinderen worden gehoord, pesten wordt serieuzer genomen en er is veel meer aandacht voor wat het met een kind kan doen.
Maar laten we onszelf vooral niet voor de gek houden.
Pesten bestaat nog steeds.
En nog steeds zijn er heel veel kinderen die iedere ochtend met een knoop in hun buik naar school gaan.


Het meisje op de fiets groeide ondertussen gewoon verder. Ze onderging eigenlijk gelaten het lot waarvan ze inmiddels dacht dat het blijkbaar voor haar bestemd was. Dit was kennelijk haar leven. Dus creëerde ze haar eigen wereld. Een wereld die vooral bestond uit fantasie en uit vriendjes en vriendinnetjes die alleen in haar gedachten bestonden. Want daar kon niemand haar buitensluiten.

Op haar kamer draaide ze plaatjes en bedacht ze dat ze op een groot feest was. Een feest met heel veel mensen die haar allemaal aardig vonden. Daar hoorde ze er wél bij. Op haar kamer stond ze voor de spiegel met een haarborstel in haar hand en deed alsof ze een beroemde zangeres was. Publiek genoeg. Applaus genoeg.


En niemand die haar uitlachte. Maar diezelfde kamer was ook de plek waar de tranen kwamen. De tranen na weer zo'n moeilijke dag. Na weer een opmerking.
Weer uitgelachen worden. Weer het gevoel krijgen dat je er niet bij hoort. Buiten die kamer was ze het meisje dat probeerde zo onzichtbaar mogelijk te zijn.
Maar op haar kamer mocht ze even iedereen zijn die ze maar wilde. En misschien was die fantasiewereld op dat moment wel precies wat ze nodig had om de echte wereld vol te houden. ❤️

 

De onzekerheid die toen in mij is gekropen, is eigenlijk nooit meer helemaal weggegaan. Ook vandaag de dag niet. Ik vind mezelf al snel te dik. Ik kan prachtige kleding bij iemand anders zien en denken: wauw, wat staat dat leuk. Trek ik het zelf aan, dan zie ik een aardappelzak met benen. En ja… ik vind mezelf vaak gewoon lelijk. Dat klinkt misschien hard als ik het zo opschrijf, maar het is wel de waarheid.

Er is zelfs een periode in mijn leven geweest waarin ik ontzettend mager was. Zo mager dat ik tegen anorexia aan zat.

 

Kijk er maar eens goed naar. Wat zie jij? Waarschijnlijk een behoorlijk magere vrouw. Maar weet je wat ik zie als ik naar deze foto kijk? Ik zie vooral het bewijs van wat er in je hoofd kan gebeuren wanneer je jarenlang hebt gedacht dat je te dik bent. Want ik weet nog precies hoe ik over mezelf dacht toen deze foto werd gemaakt.

Ik vond mezelf hier nog steeds veel te dik.

En dát is voor mij misschien wel het duidelijkste bewijs dat het op een gegeven moment helemaal niet meer gaat over kilo's. Het gaat niet meer over wat er werkelijk in de spiegel staat. Het gaat over wat jij hebt geleerd om in die spiegel te zien.

Dat meisje op de fiets kreeg jarenlang te horen en te voelen dat haar lichaam niet goed genoeg was. En ergens onderweg is ze dat zelf gaan geloven. De kilo's konden verdwijnen. Het meisje kon volwassen worden. De pesters konden uit haar leven verdwijnen. Maar dat stemmetje in haar hoofd ging gewoon mee. En dat stemmetje woont er vandaag de dag nog steeds.

Ik ben inmiddels heel wat jaren verder en ik weet met mijn verstand echt wel dat die spiegel niet altijd de waarheid vertelt. Maar ergens diep vanbinnen zit dat meisje nog steeds op haar fiets. Het meisje met die zak snoep. Het meisje dat zo graag ergens bij wilde horen. Het meisje dat thuis voor de spiegel stond met een haarborstel als microfoon en in haar eigen wereld wél applaus kreeg.

Ze is ouder geworden. Ze heeft ontzettend veel meegemaakt. Ze heeft gelachen, gehuild, liefgehad, gevochten en een heel leven opgebouwd. Maar soms, als ik in de spiegel kijk… kijkt het meisje op de fiets nog steeds met me mee. ❤️