Voordat ik ga vertellen over de dag waarop onze handen werden vereeuwigd, wil ik eerst vertellen wie dit allemaal heeft bedacht en mogelijk heeft gemaakt.

Ik heb namelijk een hele lieve schoondochter. Hoewel… na al die jaren voelt schoondochter eigenlijk niet eens meer als het goede woord. Sharona is gewoon mijn dochter geworden. Niet biologisch, maar wel in mijn hart en in mijn gevoel. En volgens mij is dat uiteindelijk waar het om gaat.

Sharona verdient wat mij betreft een gouden troon. Met een gouden lint eromheen. En vooruit, zet er ook maar een kroontje bovenop.

Waarom?

Omdat zij altijd, soms heel stilletjes op de achtergrond, laat merken dat ze er is.

Ze werkt knetterhard aan haar studie en daarnaast zorgt ze ook nog eens voor vier kinderen…

Vier??? Hebben jullie iets gemist?

Nee hoor. Maar mannen van veertig zijn soms gewoon kinderen. 😂

Daarnaast is ze er voor haar ouders, die de afgelopen jaren ook behoorlijk wat voor hun kiezen hebben gehad. En nu zorgt ze ook nog eens voor ons. Tel daar haar huishouden bij op en ik vraag me regelmatig af waar ze in hemelsnaam nog tijd voor zichzelf vandaan haalt.

 

 

Maar ergens tussen al die drukte door dacht ze ook nog aan iets anders.
Aan Michael en mij.
Sharona realiseerde zich dat Michael en ik eigenlijk helemaal niet zoveel tastbare herinneringen aan elkaar hebben. En dat klopt.
Ik heb me nooit zo gehecht aan materiële dingen en kennelijk heeft Mike dat van mij meegekregen. Wat er uiteindelijk is overgebleven, is een schoenendoos vol herinneringen. Die heb ik inmiddels alvast aan Sharona gegeven. Bij haar weet ik dat hij veilig is en bewaard blijft.

Onze handen samen laten vastleggen in gips.

Mijn hand en die van mijn zoon.

Wat een ontzettend mooi idee.

Mike, Sharona en de Daltons kwamen richting Rotterdam. Alleen dát is voor mij al een feest. Als mijn kinderen en kleinkinderen bij ons thuis zijn, is het huis compleet.
Emily, die het liefst alleen maar met oma knuffelt en me bijna niet meer los wil laten. Kleine Dean, die in zijn gedachten zijn eigen wereld aan het ontdekken is. En kleine Sam, die met zijn handjes op zijn rug achter opa aan hobbelt.
Allemaal in huis.
Mijn rijkdom.

Even later kwamen Cathy Brefeld en haar man binnen. Vanaf het eerste moment voelde het goed. Gewoon twee hele lieve mensen.

Na wat gekletst te hebben, gingen we aan de slag.

Mike en ik moesten onze handen samen in een soort roze goedje steken. En daarna vooral één ding doen:

stilzitten.

En terwijl onze handen daar samen in dat roze spul zaten, ging er van alles door mijn hoofd.

Ik keek naar die hand van Mike.

Hoe vaak heb ik dat handje eigenlijk vastgehouden?

Ooit was het een piepklein kinderhandje dat helemaal in de mijne verdween. Een handje dat ik vasthield om hem te helpen, te beschermen, mee te nemen en soms misschien ook een beetje de goede kant op te trekken.

En nu zat daar de hand van een volwassen man naast de mijne.

Mijn zoon.

Wat ben ik achteraf ontzettend blij dat Mike en ik ons hele leven zoveel samen hebben gedaan. We hebben hobbels gehad. Bergen beklommen. Door dalen gelopen. Soms was het makkelijk en soms absoluut niet.

Maar we hebben het samen gedaan.

En dan kijk ik naar hem, als trotse moeder, en denk ik:

Ik heb iets goeds achtergelaten.

Dat besef kwam daar, met onze handen vast in dat roze goedje, ineens heel hard binnen.

Natuurlijk kwamen er tranen. Maar sommige tranen zijn niet alleen verdrietig. Sommige tranen vertellen hoeveel je van iemand houdt.

Cathy nam onze afdruk mee en in de dagen daarna hield ze ons helemaal op de hoogte van het proces. Langzaam zagen we onze handen ontstaan.

Steeds echter.

Steeds meer wij.

Iedere ader, iedere groef en ieder oneffen plekje in onze handen is terug te zien.

Geen perfecte handen.

Maar ónze handen.

De hand van een moeder en de hand van haar zoon. Handen die elkaar al een leven lang kennen.

Ooit hield ik zijn kleine handje vast.

En nu hebben we dat gevoel voor altijd vastgelegd.

Wat een ongelooflijk waardevolle herinnering. ❤️