Na zes weken chemo en bestraling zou je toch denken: klaar is klaar. Laatste bestraling gehad, laatste chemopil naar binnen en dan kan dat lijf van mij eindelijk eens beginnen met opknappen. Vier weken rust voordat het volgende hoofdstuk begint. Nou… mooi niet dus. Blijkbaar heeft niemand dat even aan mijn lichaam doorgegeven.

Zondag moest ik hoesten en ineens dacht ik: hé… volgens mij voel ik daar iets verschuiven. Ach ja, zal wel weer zo’n PHPD’tje zijn — Pijntje Hier, Pijntje Daar — dus gewoon doorgaan. Het viel op dat moment ook nog best mee.

De volgende ochtend voelde ik wat steken in mijn linker ribbenkast, maar ook daar kun je als doorgewinterde pijntjesverzamelaar natuurlijk nog prima omheen werken. Gisteren ging het eigenlijk nog redelijk. Tot vannacht. Toen besloot die rib blijkbaar dat hij lang genoeg genegeerd was en werd het dikke pret.

En met dikke pret bedoel ik dus: helemaal géén pret. Pijn in mijn linker ribbenkast en niet zo’n klein beetje ook. Draaien doet zeer, hoesten doet zeer, bewegen doet zeer en ademhalen gaat wel zolang ik mijn best doe.

Dus vanmorgen toch maar even de huisarts geraadpleegd. Diagnose: gekneusde rib. Natuurlijk. Want waarom zou je na zes weken chemo en bestraling gewoon vier weken rustig mogen herstellen? Dat zou ook wel héél saai worden. Nee hoor, Tonny krijgt er gewoon een gekneusde rib bij. Gratis en voor niks.

En het mooie is: ik heb helemaal niks spectaculairs gedaan. Niet van de trap gedonderd, geen wild avontuur beleefd en ook geen salto achterover gemaakt. Nee. Ik heb gehoest. GEHOEST! Blijkbaar is dat tegenwoordig al een risicosport.

Dus daar zit ik dan, midden in mijn zogenaamde vier weken rust. Mijn hoofd dacht: herstellen. Mijn lijf dacht blijkbaar: leuk idee, maar zullen we eerst nog even een rib kneuzen?

Ach ja… PHPD. Paracetamolletje erin, voorzichtig aan doen en weer door. Hoewel dat “door” deze keer misschien iets langzamer gaat. Want zelfs ik moet toegeven: een gekneusde rib is best een irritant kreng.

Ik had het mezelf nog zó voorgenomen: deze week moet echt alle moeheid eruit. Zes weken chemo en bestraling achter de rug, dus nu is het klaar met dat geren en gevlieg. Rusten, herstellen en vooral eens een keer luisteren naar dat lijf van mij. Niets meer poetsen, niks opruimen en al helemaal niet ineens bedenken dat een kast nú, op dit exacte moment, opnieuw ingericht moet worden.

Want sinds die dexamethason heb ik er blijkbaar gratis een soort poets- en opruimdwang bij gekregen. Alles moet schoon, alles moet netjes, alles moet opgeruimd en het liefst ook nog op kleur, maat, soort en waarschijnlijk alfabetische volgorde. Zie ik ergens een vlekje, dan kan ik daar dus niet gewoon langs lopen zoals een normaal mens. Nee hoor, dat vlekje roept mijn naam. En voor ik het weet sta ik weer met een doekje in mijn handen terwijl ik mezelf vijf minuten daarvoor nog plechtig had beloofd dat ik vandaag écht helemaal niks zou doen.

Je krijgt het er allemaal maar gratis bij hè… Sjakie, chemo, bestraling, dexamethason en blijkbaar ook nog een innerlijke huishoudster met een ernstige vorm van controledrang. Zucht.

Maar deze week ga ik het anders doen. Deze week moet die moeheid eruit. Dus als er ergens een stofje ligt, dan ligt-ie daar maar. Als een kussen scheef ligt, wens ik hem een prettige dag. En als iets niet op kleur staat… dan probeer ik gewoon de andere kant op te kijken.

Maar het valt niet mee als je hoofd iets anders wil dan je lijf. Mijn hoofd roept: kom op, we gaan wat doen! Mijn lijf ligt ergens op de bank met een denkbeeldig bordje BUITEN GEBRUIK om zijn nek.

En probeer die twee maar eens op één lijn te krijgen. Het valt sowieso allemaal niet mee.

Omdat ik ook epileptische verschijnselen heb, krijg ik nu weer een ander medicijn. Alleen moet ik het oude medicijn nog vier weken erbij blijven slikken. Dus voorlopig mogen die twee gezellig samen in mijn lijf rondhangen. En allebei kunnen ze stemmingswisselingen geven. Nou… stemmingswisselingen vind ik persoonlijk een nogal vriendelijk woord voor wat hier soms gebeurt.

Ik kan van vrolijk naar boos, van boos naar chagrijnig, van chagrijnig naar geïrriteerd en vervolgens weer terug naar vrolijk. En dat allemaal voordat een ander überhaupt doorheeft wat er gebeurd is. Soms weet ik zelf niet eens meer bij welke halte van de emotionele achtbaan we inmiddels zijn aangekomen.

Het vervelende is dat ik het vaak wéét. Ik hoor mezelf reageren en ergens in mijn hoofd zit de gewone Tonny te roepen: Doe eens normaal mens, zo bedoel je het helemaal niet! Maar voordat die boodschap de rest van mijn hoofd heeft bereikt, zijn de woorden er soms al uit. Arme Rob!!!

En dat vind ik misschien nog wel het moeilijkste. Want ik wil niemand afsnauwen. Ik wil niet om niks geïrriteerd zijn en ik wil al helemaal niet dat de mensen om mij heen op hun tenen moeten lopen omdat ze niet weten welke Tonny ze vandaag aantreffen. Maar op sommige momenten heb ik er gewoon even geen controle over.

Dus ja… deze vier weken zouden mijn weken van rust en herstel worden. Lekker bijkomen van zes weken chemo en bestraling.

Mijn lijf, mijn hoofd, Sjakie en de complete medicijnkast hebben daar blijkbaar een iets andere invulling aan gegeven.

Maar goed… we zijn pas net begonnen. Misschien leer ik deze weken eindelijk dat een stofje gewoon een stofje is, een scheef kussen niet levensbedreigend is en dat ik soms gewoon op die bank moet blijven liggen.

Dat laatste wordt waarschijnlijk nog de grootste uitdaging. 😂